In mijn vorige positieve bericht op deze blog schreef ik met de mentor van de klas gesproken te hebben. Mijn ontwikkeling ten opzichte van de klas is natuurlijk persoonlijk en subjectief. Al vrij snel kreeg ik herkenbare verhalen te horen van collega's. Ik merkte dat we elkaars vooroordelen herkenden en zo de stempel op de klas bevestigden. Zulke gesprekken vonden vooral plaats naar aanleiding van een incident. Ik vroeg de mentor daarom op een rustig moment naar zijn ervaringen, indrukken en vooroordelen van zijn mentorklas.
Eerste indruk
Een eerste indruk van een klas doet veel en is een blijvende herinnering gedurende een schooljaar. Ik vroeg de mentor naar zijn allereerste indruk van zijn mentorklas. 'Ontzettend druk' antwoordde hij zonder enige twijfel. De klas zag elkaar voor het eerst op de kennismakingsdag. Ze kregen de opdracht om samen te werken en samen de foto van hun mentor in elkaar te puzzelen. In dat kwartier is er een razendsnelle groepsdynamiek ontstaan met als gevolg dat hun mentor vol enthousiasme en al roepend en schreeuwend werd ontvangen. De toon was in vijftien minuten gezet. Die eerste indruk bleek in het begin van het jaar ook te kloppen naarmate de klas zich als groep begon te ontwikkelen, aldus de mentor.
Zijn omgeving bevestigde zijn indruk. Van vrijwel alle collega's kreeg hij terug dat de klas superenthousiast, maar ook superdruk was. De klas had een slechte concentratie en iedereen wil tegelijkertijd antwoord geven. Het lukt redelijk goed om de klas rustig te krijgen, maar het kost enorm veel energie. Het enthousiasme van de klas zorgde ervoor dat ze vergaten te luisteren en niet altijd zelfstandig aan de slag konden. Al deze omschrijvingen van de klas gaan tegen de verwachtingen van een brugklas in: je verwacht in de eerste periode juist veel rust en braafheid, omdat de focus nog ligt op 'een plekje vinden in de school' - zowel letterlijk als figuurlijk. De groep was al snel een hechte, trotse groep. De mentor vindt het lastig te herinneren hoe leerlingen de eerste periode onderling met elkaar omgingen. Het sociale klimaat was prima - ondanks dat er subgroepen waren - er was geen reden voor actie.
En nu?
In mijn vorige post schreef ik over een keerpunt in mijn verbeterde, positieve kijk op de klas. Tijdens ons gesprek vroeg ik de mentor ook naar zijn huidige indruk van zijn mentorklas. Hij oordeelde dat het de algemene indruk wel verbeterd is ten opzichte van het begin van het jaar. Op bepaalde momenten hebben leerlingen nog wel steeds moeite met zelfstandig werken.
Na een goed gesprek sloten we af met het idee om de klas vaker met een compliment aan het werk te zetten. Een voorbeeld van een effectief compliment voor deze klas zou kunnen zijn: 'jullie enthousiasme laten jullie al zo goed zien, nu ben ik benieuwd hoe goed jullie vijf minuten in stilte kunnen werken.' Een knipoog en humor werkt met deze klas als de relatie goed is. Op die manier werkt zowel de mentor als de docent in kleine, overzichtelijke stappen toe naar een nog beter groepsklimaat waar alle leerlingen gewaardeerd worden (Teeuwisse, Timmermans & Van Buurt, 2018).
En toen...
Vorige week schreef ik al dat de vaste docent van de klas terugkwam van haar zwangerschapsverlof. Zij had haar klassen echter nog nooit gezien - ook niet in voorgaande jaren, want het zijn drie brugklassen. Mij leek dat een mooi moment om na een aantal lesweken te vragen wat haar indruk van de bovenbeschreven klas was. Zou haar indruk overeen komen met de indruk die de mentor en ik nu van de klas hebben?
De eerste indruk die de docente van de klas heeft, is dat het een drukke klas is. De klas is met 29 leerlingen echter ook vol, er is letterlijk en figuurlijk weinig 'ruimte'. De leerlingen zijn wel enthousiast en hebben het leuk met elkaar. De werksfeer is volgens de docente niet optimaal. De leerlingen lijken wel te willen, maar leunen achterover: ze luisteren niet goed naar uitleg en lezen de opdracht niet (goed). Er zijn daardoor erg veel vragen als de leerlingen zelf aan de slag moeten: 'Wat moeten we doen?' of 'Ik snap er niets van!' en 'Waar kan ik het vinden?'. Toen ik dit hoorde, moest ik stiekem wel lachen. Wat is dít herkenbaar. Als je zegt dat ze eerst moeten lezen en dan pas met vragen mogen komen, dan doen ze dat wel. Maar dan nog... lezen ze niet aandachtig - misschien valt dat docenten Nederlands extra op. De docent omschrijft dus vooral een andere werkwijze die ze moet aannemen dan ze gewend is op de havo. 'Ik moet soms terugschakelen naar de tl-modus. Ze bij de hand nemen en aan het werk zetten.' Bovenal heeft ze de indruk dat de leerlingen het onderling goed met elkaar kunnen vinden. De klas heeft een open houding naar de docent en leerlingen zijn behulpzaam. Ze hadden het fijn met hun vorige docent (woehoe!), maar geven haar ook een eerlijke kans.
Het is leuk om ook de echte eerste indruk van een docent te horen. De mentor en ik konden onze indrukken van het begin van het jaar wel terughalen, maar niet zo duidelijk als de net weer begonnen docente. Eigenlijk beschreef deze docente precies waar de mentor en ik ons ook in konden vinden: er zijn nog steeds een boel verbeterpunten, maar de klas heeft ook zijn talenten en eigen identiteit.
Teeuwisse, E. & Timmermans, N. & Van Buurt, A. (2018). De zes principes van waarderend leren. Geraadpleegd op 11 maart 2019 van file:///home/chronos/u-fcdffd31853c918abca11b0daca1b194410209b6/Downloads/De-zes-principes-van-waarderend-leren.pdf
Eerste indruk
Een eerste indruk van een klas doet veel en is een blijvende herinnering gedurende een schooljaar. Ik vroeg de mentor naar zijn allereerste indruk van zijn mentorklas. 'Ontzettend druk' antwoordde hij zonder enige twijfel. De klas zag elkaar voor het eerst op de kennismakingsdag. Ze kregen de opdracht om samen te werken en samen de foto van hun mentor in elkaar te puzzelen. In dat kwartier is er een razendsnelle groepsdynamiek ontstaan met als gevolg dat hun mentor vol enthousiasme en al roepend en schreeuwend werd ontvangen. De toon was in vijftien minuten gezet. Die eerste indruk bleek in het begin van het jaar ook te kloppen naarmate de klas zich als groep begon te ontwikkelen, aldus de mentor.
Zijn omgeving bevestigde zijn indruk. Van vrijwel alle collega's kreeg hij terug dat de klas superenthousiast, maar ook superdruk was. De klas had een slechte concentratie en iedereen wil tegelijkertijd antwoord geven. Het lukt redelijk goed om de klas rustig te krijgen, maar het kost enorm veel energie. Het enthousiasme van de klas zorgde ervoor dat ze vergaten te luisteren en niet altijd zelfstandig aan de slag konden. Al deze omschrijvingen van de klas gaan tegen de verwachtingen van een brugklas in: je verwacht in de eerste periode juist veel rust en braafheid, omdat de focus nog ligt op 'een plekje vinden in de school' - zowel letterlijk als figuurlijk. De groep was al snel een hechte, trotse groep. De mentor vindt het lastig te herinneren hoe leerlingen de eerste periode onderling met elkaar omgingen. Het sociale klimaat was prima - ondanks dat er subgroepen waren - er was geen reden voor actie.En nu?
In mijn vorige post schreef ik over een keerpunt in mijn verbeterde, positieve kijk op de klas. Tijdens ons gesprek vroeg ik de mentor ook naar zijn huidige indruk van zijn mentorklas. Hij oordeelde dat het de algemene indruk wel verbeterd is ten opzichte van het begin van het jaar. Op bepaalde momenten hebben leerlingen nog wel steeds moeite met zelfstandig werken.
Als je de klas laat werken, heeft dat meer effect dan wanneer je een (lange) uitleg geeft. Ze willen zelfstandig zijn, maar ze kunnen het niet altijd aan. Ze zijn soms nog te erg gericht op het afmaken van de opdracht, waardoor het proces vergeten wordt.Wat me opviel, is dat de mentor bij het doen van bovenstaande uitspraak hoopvol en positief klonk. Zeker in vergelijking toen ik naar zijn eerste indruk van de klas vroeg, waar vooral verbazing duidelijk werd. De mentor krijgt steeds meer positieve verhalen terug over de klas, waaronder die van mij natuurlijk. Hij verwoordde het mooi: 'Het bungelt nu af en toe nog wel op het randje, in het begin van het schooljaar ging het er vaak overheen. Je ziet dat het eerste rapport en de kerstvakantie veel met de leerlingen uit de klas hebben gedaan. Na de kerstvakantie hebben echt een eigen plekje in de school en verschuift de focus meer op naar hun persoonlijke resultaten.' En dat is ook waar de aandacht vaker op mag liggen volgens de mentor en mij: de individuele leerling in de klas. Niemand mag zich binnen een groep vergeten voelen, omdat de klas in zijn geheel druk is. Aandacht voor elke leerling dus. De kwaliteiten van leerlingen worden zo beter belicht en kunnen ingezet worden in het voordeel van het groepsklimaat. Het mooie aan de groep is dat de leerlingen die de boventoon voeren sterke leerlingen zijn die de groepsdynamiek positief beïnvloeden. Daar zitten dus kansen voor nog meer ontwikkeling.
Na een goed gesprek sloten we af met het idee om de klas vaker met een compliment aan het werk te zetten. Een voorbeeld van een effectief compliment voor deze klas zou kunnen zijn: 'jullie enthousiasme laten jullie al zo goed zien, nu ben ik benieuwd hoe goed jullie vijf minuten in stilte kunnen werken.' Een knipoog en humor werkt met deze klas als de relatie goed is. Op die manier werkt zowel de mentor als de docent in kleine, overzichtelijke stappen toe naar een nog beter groepsklimaat waar alle leerlingen gewaardeerd worden (Teeuwisse, Timmermans & Van Buurt, 2018).
En toen...
Vorige week schreef ik al dat de vaste docent van de klas terugkwam van haar zwangerschapsverlof. Zij had haar klassen echter nog nooit gezien - ook niet in voorgaande jaren, want het zijn drie brugklassen. Mij leek dat een mooi moment om na een aantal lesweken te vragen wat haar indruk van de bovenbeschreven klas was. Zou haar indruk overeen komen met de indruk die de mentor en ik nu van de klas hebben?
De eerste indruk die de docente van de klas heeft, is dat het een drukke klas is. De klas is met 29 leerlingen echter ook vol, er is letterlijk en figuurlijk weinig 'ruimte'. De leerlingen zijn wel enthousiast en hebben het leuk met elkaar. De werksfeer is volgens de docente niet optimaal. De leerlingen lijken wel te willen, maar leunen achterover: ze luisteren niet goed naar uitleg en lezen de opdracht niet (goed). Er zijn daardoor erg veel vragen als de leerlingen zelf aan de slag moeten: 'Wat moeten we doen?' of 'Ik snap er niets van!' en 'Waar kan ik het vinden?'. Toen ik dit hoorde, moest ik stiekem wel lachen. Wat is dít herkenbaar. Als je zegt dat ze eerst moeten lezen en dan pas met vragen mogen komen, dan doen ze dat wel. Maar dan nog... lezen ze niet aandachtig - misschien valt dat docenten Nederlands extra op. De docent omschrijft dus vooral een andere werkwijze die ze moet aannemen dan ze gewend is op de havo. 'Ik moet soms terugschakelen naar de tl-modus. Ze bij de hand nemen en aan het werk zetten.' Bovenal heeft ze de indruk dat de leerlingen het onderling goed met elkaar kunnen vinden. De klas heeft een open houding naar de docent en leerlingen zijn behulpzaam. Ze hadden het fijn met hun vorige docent (woehoe!), maar geven haar ook een eerlijke kans.
Het is leuk om ook de echte eerste indruk van een docent te horen. De mentor en ik konden onze indrukken van het begin van het jaar wel terughalen, maar niet zo duidelijk als de net weer begonnen docente. Eigenlijk beschreef deze docente precies waar de mentor en ik ons ook in konden vinden: er zijn nog steeds een boel verbeterpunten, maar de klas heeft ook zijn talenten en eigen identiteit.
Teeuwisse, E. & Timmermans, N. & Van Buurt, A. (2018). De zes principes van waarderend leren. Geraadpleegd op 11 maart 2019 van file:///home/chronos/u-fcdffd31853c918abca11b0daca1b194410209b6/Downloads/De-zes-principes-van-waarderend-leren.pdf

Reacties
Een reactie posten