Nu ik op mijn (stage)school als docent beschouwd wordt, heb ik ontdekt hoe flexibel een docent moet zijn. Dat schuurt soms met het feit dat ik nog nieuw, amateuristisch en onbevoegd ben. Ik hou me vast aan een planning of voorbereiding en dat gaat gelukkig goed. Het lesgeven wordt steeds meer 'eigen' en ik ben steeds relaxter.
De klas was zo goed aan het werk geweest afgelopen lessen, dat ik hun verhalen wilde aanhoren. Ik gaf ze daar bewust ruimte voor en de leerlingen en ik genoten ervan. Zelfs 'die ene' leerling, die plots van alles te vertellen had. Terwijl de rest van de klas langzaamaan de les herpakte (uit zichzelf - huh!) bleef ik met de leerling in gesprek. Dat gesprek duurde niet lang, maar lang genoeg om de band tussen ons twee te herstellen. Nu zou je kunnen denken dat de leerling misbruik maakte van het feit dat hij niet aan het werk was. Dat wantrouwen is niet eens bij me opgekomen tijdens het gesprek. De opbrengst daarna was verbazingwekkend hoog: de leerling ging aan de slag én ik kon hem corrigeren. Dat was slechts een enkele keer nodig.
Afgelopen les schrok ik misschien zelfs wel van mijn relaxte houding. In positieve zin. De voorgaande lessen begon een leerling tegen mijn irritatiegrens aan te lopen. Net niet er overheen, maar wel reden genoeg om die irritatie de les daarna mee te nemen. Tot dus afgelopen les. Ik denk dat ik die dag opstond alsof het mijn dag was - je weet wel, zoals ze in films heel vrolijk de gordijnen openslaan en de wereld begroeten.
De klas was zo goed aan het werk geweest afgelopen lessen, dat ik hun verhalen wilde aanhoren. Ik gaf ze daar bewust ruimte voor en de leerlingen en ik genoten ervan. Zelfs 'die ene' leerling, die plots van alles te vertellen had. Terwijl de rest van de klas langzaamaan de les herpakte (uit zichzelf - huh!) bleef ik met de leerling in gesprek. Dat gesprek duurde niet lang, maar lang genoeg om de band tussen ons twee te herstellen. Nu zou je kunnen denken dat de leerling misbruik maakte van het feit dat hij niet aan het werk was. Dat wantrouwen is niet eens bij me opgekomen tijdens het gesprek. De opbrengst daarna was verbazingwekkend hoog: de leerling ging aan de slag én ik kon hem corrigeren. Dat was slechts een enkele keer nodig.
Dat corrigeren deed ik anders dan de vorige les, de les waarin ik geïrriteerd was. Ik zei, heel rustig: 'kom op, genoeg gekletst nu, ik weet dat je ook goed kunt werken.' Dat zei ik met een knipoog, in de trant van: 'bewijs het maar ;)' en dat hielp. Ik wil namelijk ook niets liever dan een leerling tijdens het werken kunnen complimenteren. Zo'n lesmoment is voor mij een herinnering om niet in de negatieve kant van het pygmalion-effect te vallen. Mijn verwachtingen hebben invloed op mijn leerlingen, en nu ik dit zo opschrijf klinkt dat als een machtig wapen.
Er zijn meerdere onderzoeken gedaan naar het pygmalion-effect. Daaruit komt onder meer de conclusie dat docenten de capaciteiten van hun leerlingen in moeten zien en hun aandacht eerlijk moeten verdelen onder alle hun leerlingen (Peeters, 2017). Ondanks dat de ene leerling gemotiveerder is, betekent dat niet dat hij meer aandacht verdient dan een ander; het gebeurt onbewust toch. De minder gemotiveerde leerling komt op die manier in een neerwaartse spiraal terecht.De onderzoeker Schrank (1985) constateerde en formuleerde acht concrete handelingen van de docent die een negatieve invloed op de leerling uitoefenen. De verwachting van de docent over een leerling is de basis voor deze handelingen. Ik citeer:
Ik weet zeker dat ik uit het verleden meer voorbeelden kan bedenken waarin mijn verwachtingen van een leerling niet hoog waren bij bijvoorbeeld een bepaalde opdracht of een verslag. Collega's kunnen die verwachtingen bevestigen en versterken door hun ervaringen die ze met desbetreffende leerling hebben, te delen met mij. Een positieve situatie zoals tijdens les, is een succeservaring voor zowel de leerling als voor mij. Ik moet me dan ook zeker niet schuldig gaan voelen over mijn verwachtingen van leerlingen in het verleden. Dat ik daar nu op kan terugkijken laat zien dat ik die verkeerde verwachtingen dus achter me wil laten en het pygmalion-effect de baas wil zijn.
Bibliografie:
Peeters, W. (2017). Het Pygmalion-effect: de invloed van verwachtingen. Geraadpleegd op 1 februari 2019 van http://www.vernieuwenderwijs.nl/het-pygmalion-effect-de-invloed-van-verwachtingen/
Schrank, W. (1968). The labeling effect of ability grouping: Journal of Educational Reasearch 62:51-2
- Snel opgeven bij de uitleg
- Vaker kritiek hebben
- Minder vaak succes erkennen
- Ongepast lof uiten (verkeerde moment)
- Geen feedback geven op antwoorden
- Leerlingen achteraan in het klaslokaal zetten
- Minder opletten of minder de interactie aan gaan / Minder vriendelijk zijn of minder interesse tonen in het individu (Schrank, 1985).
Vrijwel alle handelingen staan in verband met de benadering van een leerkracht, met name de dik gedrukte. Wanneer een docent de bovenstaande handelingen uitoefent, heeft dat een negatieve invloed op leerlingen op vele vlakken. De laatste handeling heeft bijvoorbeeld invloed op de relatie met de docent en wellicht het zelfbeeld van de leerlingen; elke leerling wil immers gezien worden. Een positieve benadering is dus alleen al goed om te voorkomen dat de docent een negatieve invloed uitoefent op zijn of haar leerlingen (en bestaande problemen daardoor alleen maar groter maakt).
Bibliografie:
Peeters, W. (2017). Het Pygmalion-effect: de invloed van verwachtingen. Geraadpleegd op 1 februari 2019 van http://www.vernieuwenderwijs.nl/het-pygmalion-effect-de-invloed-van-verwachtingen/
Schrank, W. (1968). The labeling effect of ability grouping: Journal of Educational Reasearch 62:51-2


Reacties
Een reactie posten