Het einde van 2018 nadert, terwijl het schooljaar nog maar een aantal maanden geleden van start ging. Het lijkt alsof er een tornado door de school is gegaan. Alsof de leerlingen naar binnen zijn gevlogen met weergaloze snelheid.
Het is rumoerig. Er zijn veel collega's ziek, het wordt kouder en natter en de goedheiligman is in beeld. En dat is te merken aan mijn leerlingen en mezelf. Het cliché is waar: december is een drukke maand.
Deze fase doop ik het broeiklaseffect. Verschillende leerlingen steken elkaar aan en juist de leiders van de groep (ironisch hè) geven het slechte voorbeeld. Het gevolg kun je raden: de aanhangers volgen blindelings.
Het is rumoerig. Er zijn veel collega's ziek, het wordt kouder en natter en de goedheiligman is in beeld. En dat is te merken aan mijn leerlingen en mezelf. Het cliché is waar: december is een drukke maand.
Mijn agenda zou me meerdere paniekaanvallen kunnen bezorgen, al laat ik dat zeker niet gebeuren. Het is niet alleen de overlopende agenda, nee, het is ook de fase waarin de leerlingen zich bevinden. Ze zijn rumoeriger, drukker, uitgelaten vanwege Sinterklaas en af en toe ineens energieloos. Het lijkt wel alsof de klas letterlijk en figuurlijk teruggekomen is in Tuckmans fase van storming.
Niet gek, geven collega's aan. Elk jaar hetzelfde liedje. De fase en mijn drukke agenda stelt mijn positiviteit naar leerlingen op de proef. Ik vraag mezelf af of leerlingen niet af en toe een lesje verdienen. En of ik leerlingen niet te veel pamper als ik een positieve benadering inzet. Kwesties die me bezighouden en waar ik ellenlange essays over kan schrijven.
Deze fase doop ik het broeiklaseffect. Verschillende leerlingen steken elkaar aan en juist de leiders van de groep (ironisch hè) geven het slechte voorbeeld. Het gevolg kun je raden: de aanhangers volgen blindelings.
Jammer, want de kracht van de leerlingen gaat daarmee verloren. Dubbel jammer, want het blijkt dat samenwerking ingeruild is voor klieren en kletsen. Ik zet mijn escalatieladder in. Een onmisbare stap voor mij is daarin het gesprek met de leerling, buiten de les om. Daarmee vermijd ik discussie tijdens de les. Hoewel leerlingen dit in eerste instantie als een straf ervaren, verandert dat wanneer ze in het gesprek zitten. Ze blijken namelijk ruimte te krijgen van mij om hun mening te verkondigen en dingen uit te leggen. Dat hoeft niet meteen een dramatisch verhaal te zijn, soms is het al verhelderend om verschillende optieken te horen. En het wordt alleen maar beter wanneer een leerling keurig zijn eigen proces van de afgelopen les beschrijft en aan het einde tot de conclusie komt dat er iets veranderd moet worden. Pas dan kom ik, de docente, weer om de hoek kijken. Ik kan twee dingen doen:
- Het verhaal van de leerling herhalen en benoemen wat ik vervelend, irritant en storend vind en vervolgens mijn verwachtingen nadrukkelijk benoemen met mogelijke sancties;
- De leerling complimenteren voor zijn openheid en zijn reflecteren, de meerwaarde van het gesprek aangeven en de leerling afspraken laten bedenken.
In bovenstaande situaties zit het verschil 'm in de benadering: ik hoef niet aan te geven in welke situatie een positieve twist zit. Als kerst op de taart gaf ik mijn - in dit geval 2- aangesproken leerlingen de eerstvolgende les een herinnering met een motivatie: 'Vergeten jullie de afspraken niet, heren? Laat dat harde samenwerken wat jullie altijd zo goed kunnen deze les zien!''

Reacties
Een reactie posten