'Met een goed stel hersens en logisch nadenken kom ik zelf al een heel eind. Prima, die zelfstandigheid. Ik probeer die autonome houding zo veel mogelijk te stimuleren bij mijn leerlingen. En toch kunnen er vijf nieuwe deuren opengaan door een ander. Verhelderend, die collega's. En ik kon al niet zonder ze.'
Als beginnend docent heb ik het druk. Het voelt als jongleren met vuur. Ik voel me verantwoordelijk voor verschillende mensen (opleiding, stage, werk) die elkaar in het echt nooit de hand geschud hebben. Aparte partijen dus. Die aparte partijen zullen bijeen moeten komen om mijn afstudeeronderzoek tot een mooi einde te brengen. Theorie moet ondersteund worden met praktisch handelen en andersom. Dat praktische handelen begint al met het voeren van een goed gesprek.
Hoewel ik geen moeite heb om collega's vragen te stellen of een gesprekje met ze aan te knopen, is het toch lastig om in het drukke bestaan van docenten zo nu en dan een goed moment te vinden voor een goed gesprek over serieuzere zaken. Vaak komt zo'n gesprek spontaan aanwaaien en besef je achteraf pas hoe waardevol dat moment was. Ik wil de tijd hebben en nemen: mijn afstudeeronderzoek is niet iets dat ik tussen neus en lippen door wil bespreken. Waar ik echter wel voor wil waken, is een geforceerd gesprek. Dat levert voor niemand iets moois op.
En dan lijkt het alsof het zo had moeten zijn. Mijn tweede studiedag ooit met als thema mentoraat. Een onderwerp dat me aanspreekt, maar voor dit jaar nog geen prioriteit voor mij heeft. Ik ben immers nog geen mentor. Turend naar de lijst met keuzes voor workshops, valt mijn oog direct op een workshop. Hebbes. 'Groepsvorming in de klas' sluit aan bij mijn afstudeeronderwerp. Er werd veel uitgelegd over een groepsklimaat, de begeleiding daarvan en wat je kunt doen als je het werken lastig gaat met een klas. Wat me vooral is bijgebleven is het feit dat kleine doelstellingen realistischer en motiverend zijn voor leerlingen. Stap voor stap.
Als leerlingen die kleine doelen behalen - wat ze sneller zullen doen - dan kan de docent dus ook vaker benadrukken hoe goed ze bezig zijn. En nog belangrijker: op een andere manier dan 'Goed bezig!'. Door het rode potlood te vervangen door een compliment, laat je aan leerlingen zien wat ze juist méér moeten doen. Ze weten vaak namelijk zelf wat er niet goed ging (Van der Wulp, 2003).
´Wat goed dat het je gelukt is om zelf een oplossing te bedenken voor...!'
Deze dag liet me inzien dat een thema als groepsvorming altijd een onderwerp is dat in ontwikkeling is. Collega's delen hun (succes)ervaringen om andere collega's te helpen. Ondanks dat iedereen vrij was om te reageren, reageerde ook vrijwel iedereen; het is voor mijn collega's en mij een belangrijk en steeds terugkerend onderwerp. Elkaar blijven inspireren zorgt voor een fijne start van een ingeslagen pad.
Bibliografie:
van der Wulp, D. (2003). Oplossingsgericht werken in het onderwijs. Kinder- & Jeugdpsychotherapie, jaargang 35, nummer 3, 2008.

Reacties
Een reactie posten